TOT SLOT

Een mensenleven verloopt zelden volgens een vooropgezet plan: We worden geboren, gaan naar school en aan het werk. Een werkzaam leven speelde zich vroeger vaak af binnen één bedrijf, waar je een (redelijk voorspelbare) carrière doorliep, waarna de oude dag wachtte met AOW en (als het meezat) een pensioen.

Maar binnen dit basisstramien is ieders levensloop grillig.
Bovendien kent iedere generatie weer andere uitdagingen, problemen en mogelijkheden. We hebben in dit boekje een aantal gesprekken samengebracht met mensen uit een generatie die opgroeide tijdens de Tweede Wereldoorlog en de jaren van wederopbouw.

Wat deze verhalen bindt, is dat ze zich afspelen in Rotterdam, een stad met een bijzondere (recente) geschiedenis. Volgens sommigen zelfs een stad zonder geschiedenis. Zoals het ook een stad zonder hart zou zijn.
Een tweede bindend element is dat het lot de mensen achter deze verhalen zeventig jaar later heeft samengebracht aan tafel bij Annie’s eetclub dat een instituut is geworden in Spangen.

Als deze verhalen ergens van getuigen, dan toch vooral van het feit dat Rotterdam een geschiedenis heeft en wel degelijk een warm kloppend hart.
Het zijn verhalen van een uitstervende generatie, dat wel.
Het zijn ook voor het merendeel alledaagse verhalen.
Verhalen die zich afspelen binnen de context van de omringende wereldgeschiedenis.

Mensen zijn kleine radertjes in een complex en onoverzienbaar geheel. Al deze kleine radertjes maken samen geschiedenis: daarop is de ‘grote’ geschiedenis gebouwd, die we in andere boeken tegenkomen.

Voordat we begonnen met het verzamelen van deze verhalen gingen we uit van bepaalde verwachtingen. Bijvoorbeeld dat de oorlog en vooral het bombardement een belangrijke rol zouden spelen in de verhalen. Ook dachten we dat de herinneringen aan de roerige jaren tachtig en negentig met de drugsoverlast een prominente plaats zouden innemen.

Tijdens en na de gesprekken met de leden van de eetclub hebben we elkaar geregeld vragend aangekeken met verraste blikken. Het ging namelijk (ook niet als we daar speciaal naar vroegen) zelden over het bombardement, de oorlog of het gedoe met drugsoverlast in de jaren negentig.
De verhalen gingen wél over wat onze gesprekspartner bezighield in die tijd. Ze werden verliefd en kregen kinderen. Of het ging over alledaagse dingen zoals het wonen in een buurt waar je je wel of niet thuis voelde.
Het ging vooral over relaties, het stuklopen daarvan, familie of verdriet vanwege het overlijden van een geliefd persoon.

Soms kwam ter sprake dat er vroeger wel veel meer armoede was, maar dat de sfeer toch anders was. Dat ‘anders’ bestond uit gezelligheid en een gevoel van verbondenheid. Men kende elkaar en wist wat men aan elkaar had.
Bovendien was wonen in Spangen voor veel nieuwkomers een vorm van sociale stijging na jarenlang gewoond te hebben in krappe huizen in oude wijken. Hun komst in Spangen betekende het begin van een nieuw tijdperk na de wederopbouwjaren: welvaart en voorspoed kondigden zich aan.

Het is ons een eer en genoegen geweest om deze verhalen op te schrijven.
De gesprekken waren warm en openhartig.
En waar wij dachten parels te vinden voor een verdergaand verslag over de schokkende dingen die de geschiedenis van de stad Rotterdam maakten (bombardement, oorlog, wederopbouw, drugsoverlast en wat er al niet meer aan grootsteedse problematiek ter sprake kwam), hebben wij diamanten gevonden in de verhalen over het echte leven en de dagelijkse belevenissen van onze gesprekspartners.

Wij danken alle mensen die aan dit boekje hebben bijgedragen.

Rotterdam, april 2016
Willem Visser & Ton van Erven