EEN HALVE EEUW LIEF EN LEED

Mevrouw en meneer Meulemans

meulemans 03Al 55 jaar zijn ze getrouwd. En als we dan toch aan het tellen zijn: al een halve eeuw huren ze een woning van de woningstichting; tegenwoordig in de Huygensstraat met een tuin aan de voor- en achterkant. Ze zijn nog steeds vitaal en meneer Meulemans geeft aan de hele dag bezig te zijn in en om het huis.

Ze zijn getrouwd in 1960. De eerste woning was een zolderkamer, ‘helemaal uitgewoond’, zoals meneer Meulemans zegt, ‘er was werkelijk niks.’ Mevrouw Meulemans heeft moeten inpraten als Brugmans op de
verhuurder, de heer Beer uit de Rochussenstraat. Uiteindelijk kreeg ze de sleutel en kon het kersverse paar hun eerste woning betrekken.

Meneer Meulemans is geboren in Delfshaven, in de Noordschans, tegenover de Sint-Antonius-Abtkerk die in 1973 is gesloopt. Mevrouw Meulemans in Born (Limburg). In de jaren zestig liepen daar de Dafjes en later de Volvo’s van de lopende band.

Lang heeft ze niet in Born gewoond. Op de allereerste oorlogsdag kwam haar vader, kapitein van een sleepboot, om het leven. De Nederlanders lieten een brug in de buurt van Grave in de lucht vliegen. Maar daar lag ook de boot met haar vader. De boot werd vervolgens door de Duitsers meegenomen en haar vader bleef dood bij de restanten van de brug achter.
Ze was toen drie weken oud. Haar moeder bleef achter met 5 kinderen en ging naar haar zus in Rotterdam.

Er werd vervolgens weinig meer over haar vader gesproken. Toch bleef mevrouw Meulemans er mee bezig. Zij en haar man gingen regelmatig op vakantie naar Limburg, ‘maar ja, dan ga je niet zomaar iemand aanhouden om je verhaal te vertellen.’ Toen mevrouw Meulemans haar
verhaal vertelde aan iemand van het lokale museum, is het balletje echter gaan rollen.

Ze werden uitgenodigd de dodenherdenking in Born bij te wonen. In de krant verscheen een artikel: ‘Nu weten we eindelijk wie die schipper was die hier om het leven gekomen is.’ Want wat was er gebeurd? De Duitsers hadden het schip snel in beslag genomen en de overledene naar het lijkenhuis overgebracht. In de paniekerige omstandigheden van de eerste
oorlogsdagen was vervolgens alles in het ongerede geraakt.
Die dodenherdenking was een ontroerende en onvergetelijke gebeurtenis.

Meneer Meulemans maakte de oorlog vanaf de eerste dag mee in Rotterdam: ‘Zaten we tijdens het luchtalarm en het bombardement op de trap, samen met de buren. Je kunt je afvragen waar dat eigenlijk voor nodig was, want als er een bom op het huis zou vallen, was je er toch geweest.’

In 1943 was hij getuige van het ‘vergeten bombardement’ door Amerikaanse vliegtuigen. Het doel waren de havens bij de scheepswerf Wilton-Feijenoord, maar de bommen troffen de woonwijken Bospolder en Tussendijken. Bijna 400 mensen kwamen hierbij om het leven.
Meneer Meulemans herinnert zich nog de enorme stofwolk en alles wat door de lucht vloog. Hij was met zijn moeder net op weg naar school. ‘Er woonde een waarzegster in onze straat, waar ook Duitsers kwamen. Die had tegen mijn moeder gezegd dat ze zich geen zorgen hoefde te maken, omdat er in onze straat geen bommen zouden vallen.’ Dat was ook het
geval, maar in de omliggende straten ging het flink tekeer.

Hun verkering begon, toen een neef van meneer Meulemans trouwde met een zus van mevrouw. De verkering raakte vervolgens weer even over toen meneer Meulemans op de HAL ging varen: ‘Toen miste ik hem wel.’ Later kwam hij te werken bij bouwbedrijf Van Eesteren en was hij betrokken bij de bouw van de medische faculteit en de wijk Schiemond op de plek waar de scheepswerf Wilton-Feijenoord, eerder nog doel van het Amerikaanse bombardement, stond.
In 1982 kwam daar echter ineens een einde aan: ‘Iedereen werd ontslagen en kwam in de WW.’ Als lid van de bond kwam hij in die jaren nog in contact met Wim Kok die namens de bouwbond kantoor hield aan de Mathenesserlaan.

Over de eetclub zijn beide echtelieden tevreden. Ze zijn er al bij vanaf het begin. ‘Het is meer dan zomaar wat mensen die bij elkaar komen om te eten’, zeggen ze, ‘het is echt een gezellige ploeg.’ Ze houden niet zo van buitenlands eten, ‘de Chinees gaat nog net.’

De wilde jaren in Spangen hebben ze niet zo intensief meegemaakt. ‘Ja, je merkte natuurlijk wel dat er wat aan de hand was’, beaamt meneer Meulemans, maar aan de andere kant: ‘Ik bemoei me niet zo met iedereen. We houden ook niet zo van koffie drinken bij de buren enzo. Daar
krijg je toch allemaal geouwehoer van.’
‘We gingen liever met de kinderen op stap’, vult mevrouw Meulemans aan.

En verder heeft meneer Meulemans zijn hobby’s. Hij is een doe-het-zelver optima forma die van alle markten thuis is. Hij maakt vogelhuisjes in de vorm van caravannetjes, beschilderd in de kleuren van Sparta (en, vooruit dan – als het écht moet – Feijenoord). Hij heeft er al heel wat van
verkocht.
Leuk voor op de camping, of gewoon in de tuin.

vork-2