KWIEK GEZELSCHAPSMENS

Christien van den Heuvel

christine 01Als je Christien van den Heuvel ziet, geef je haar niet de 72 jaar die ze volgens de burgerlijke stand van de gemeente wel degelijk is. En eenmaal op haar praatstoel, is er geen houden aan; Christien heeft geen aansporing nodig om haar verhaal te doen.

Ze is sinds twee jaar bij de eetclub. Vriendinnen, buren en Annie spoorden haar aan om eens langs te komen nadat haar man twee-en-een-half jaar geleden overleed. Nou vooruit maar, dacht ze, zin om alleen voor zichzelf te koken had ze toch niet: ‘Dat is zo ongezellig.’

Spijt dat ze bij de club is gekomen, heeft ze allerminst: ‘Ik ben nou eenmaal een gezelschapsmens.’ Koken doet ze nog wel in het weekend, als haar zoon en kleinkinderen op bezoek komen. Eén zoon heeft ze en vijf
kleinkinderen tussen een half jaar en 16. Eén kleinkind zit bij het Hofpleintheater:
‘Dat is precies haar oma; altijd dansen en gek doen.’ Binnenkort is er een uitvoering van een musical; daar kijkt ze nu al naar uit.

Een belangrijke rode draad in haar leven is de sport en dan vooral sporten bij Sparta. Altijd stond ze langs de lijn als haar kleinkinderen gingen voetballen of hockeyen. Weer en wind het maakte allemaal niet uit.
Maar ja, het is niet zo, nu de hockeyster naar het Hofpleintheater is gegaan en de kleinzoon niet meer voetbalt, dat ze zei: ‘Joh, daar moet je vooral mee doorgaan.’
Het was eigenlijk wel mooi geweest, maar ze deed het altijd met plezier.

Vrijwilligerswerk doet ze nog steeds bij Sparta. Met alle liefde. Op dinsdag en donderdag zorgt ze voor de lunch voor jongens onder de 19: ‘Ik zet alles klaar, ze pakken verder alles zelf; makkelijk zat.’ Dat vrijwilligerswerk bij Sparta deed ze vroeger samen met haar man.
Nog steeds is ze te vinden op de tribune. Met een groepje vrienden en vriendinnen hebben ze een vaste plek op de Dennis Nevilletribune.

Zelf heeft ze nog gesoftbald bij Sparta. Of beter: ze heeft de softbalafdeling opgericht. Jarenlang heeft ze ook nog de meisjes getraind. Niet dat dat allemaal zomaar ging: Sparta was aanvankelijk een mannenvereniging, dus eerst moesten de statuten aangepast
worden. Met de softbalsters bereikten ze verschillende landskampioenschappen. Maar na de fusie met Feijenoord was het helaas ‘over en sluiten.’ Prachtige jaren waren het. ‘Het was altijd feest’, zegt ze met een pretblik in haar ogen.

Vanaf haar zevende woont ze in Spangen. Even is ze er tussenuit geweest, toen ze een tijdje op de Mathenesserlaan woonde. Maar die woning was zo hoog en groot: ‘Weet je wel wat er aan behang, witsel en verf doorheen ging?’ En dan het schoonmaken van al die kamers; ‘moet
ik dat tot m’n 80ste blijven doen?’

Geboren is ze in een tweekamerwoning op de Kruiskade. In Spangen kreeg het gezin een vierkamerwoning en hadden ze allemaal hun eigen kamertje. ‘Dat was een luxe hoor!’ Ze woonden in de Brederostraat. Daar woont ze nu trouwens nog, of beter: weer.

Opgroeien in Spangen was prima. Ze heeft een leuke jeugd gehad. Althans als we even afzien van een kort verblijf op de katholieke nonnenschool. ‘Die hadden nogal losse handjes. Of ze lieten je voor straf op je knieën op de granieten vloer zitten.’ Toen haar vader dat te weten kwam, haalde hij haar van school en ging ze naar de openbare school in de Potgieterstraat.
Daar had ze het reuze naar haar zin: ‘Ik ging daar met plezier naar school. We hadden een meester die fantastisch gymnastiekles gaf.’

Vervolgens kwam Christien op de industrieschool in de Borgerstraat, in de verkoopstersklas: ‘Je liep dan stage bij de Bijenkorf en V&D. Het was de bedoeling dat je daar ook zou gaan werken, maar waar ging ik solliciteren? Bij C&A. Nou, dat vonden ze niet leuk.’

Haar eerste man kende ze van de sport. Ze woonden een tijdje in op de Mathenesserdijk, verhuisden naar de Taanderstraat en later naar de Mathenesserlaan. Ze was dertien jaar getrouwd, maar toen was het over. ‘Niet lelijk hoor’, zoals ze zelf zegt, ‘maar het was over.’

Met haar tweede man was ze 32 jaar getrouwd. Toen overleed hij. Kanker. Ja, dat was een rottige tijd: ‘Hij was altijd bezig met de kleinkinderen; van school halen, naar Sparta enzo. We waren een druk stelletje: “Kunnen jullie niet eens een keertje je klep houden!” werd er
weleens gezegd.’ Maar dan zit je ineens alleen, ‘tegen de muren te lullen.’

In de jaren dat Spangen te maken had met drugs en prostitutie heeft ze met Annie ze nog bij de brug gestaan om de Franse drugstoeristen tegen te houden: ‘Geloof maar dat die snel omkeerden als ze ons zagen staan.’
Haar man zei: ‘Je lijkt wel gek’, maar het was toch haar wijk? En dan zou ze er niet bij zijn? Kom nou. Ja, in het begin dacht ze wel eens: ‘We gaan verhuizen.’ Maar ze had een mooi gerenoveerd benedenhuis. Dus ja, dat geef je ook niet zomaar op.
Achteraf heeft het allemaal wel geholpen. Ze hebben eigenlijk nooit meer last gehad.
En laten we eerlijk zijn: in Spangen is het nog steeds heerlijk wonen.

lepel2