SPARTA EN GRIEKENLAND

Margaritha

‘Ik ben een echte Spartaan.’
Daarmee begint het gesprek met Margaritha. (Nee, haar achternaam hoeft niet zo nodig in het stukje.) Iedere zondag is ze op de tribune in het Kasteel te vinden, ‘helemaal vooraan, daar heb ik mijn Spartavlaggetje overheen. Ik heb thuis ook altijd een Spartavlag uithangen’.
Die liefde zit dus diep, alleen moeten ze dan wel wat meer gaan winnen. Hoewel: ‘We zijn al een eind vooruitgegaan vergeleken met vorig jaar.’

Ze kent Annie al vanaf het moment dat Annie in Rotterdam kwam. Ze hebben samen in dezelfde straat gewoond en ze zijn altijd goed bevriend gebleven. Ze was ook een van de eerste leden van de eetclub.

Margaritha is geboren op de andere Maasoever, in Feijenoord. Ze was korte tijd getrouwd met een vriend van haar broer. Die had haar op 16-jarige leeftijd zwanger gemaakt. Hij werkte op de Holland Amerika Lijn.
Ze was, zo vertelt ze, nog enorm kinderlijk. Eigenlijk wist ze niet eens wat haar overkwam: ‘Ik was nog aan het knikkeren buiten en rolschaatsen enzo.’ Tegen haar moeder durfde ze al helemaal niets te zeggen. Pas toen de huisarts haar onderzocht kwam de waarheid aan het licht: ‘Die man zei “mag ik u feliciteren?”. Ik begreep er helemaal niets van, want ik was pas
jarig geweest.’
Het geeft een beeld van de seksuele voorlichting in die tijd: ‘Je wist helemaal niets, niemand vertelde je wat’.

Ze trouwden, maar het huwelijk was geen succes. De vader van haar kind dronk en had nogal losse handjes. Na één jaar volgde al een scheiding. Dat was bepaald niet eenvoudig in die jaren.
Haar dochter kwam via een tehuis bij pleegouders en het contact tussen moeder en kind werd steeds minder.
Het is alweer enkele jaren geleden dat ze voor het laatst iets van haar heeft gehoord. Dat steekt nog steeds; even rollen de tranen over haar wangen.

Alsof dat nog niet genoeg was, kreeg Margaritha op 32-jarige leeftijd een zwaar ongeval met de auto: ‘Het ene moment kwam ik terug van vakantie en het volgende lag ik met ernstig hersenletsel en zo goed als opgegeven in het Dijkzigt’. Ze heeft geruime tijd in coma gelegen en moest opnieuw leren praten en lopen. Ook hier komt de vriendschap met Annie weer om de hoek kijken. Die heeft haar écht door die moeilijke tijd heen gesleept.

Behalve Sparta heeft Margaritha nóg een passie: Griekenland.
Helemaal gek is ze van dat land en dat is niet zo raar. Wat bleek? Haar biologische vader was een Griek! Maar die man was getrouwd en terug naar Griekenland, naar zijn eigen gezin, gegaan.
Maar Margaritha wist te achterhalen wie hij was en zocht hem op: ‘Ik moest weten wat voor iemand hij was.’ Ze werd met open armen ontvangen. Op de koop toe kreeg ze er ook ineens een aantal broers en zussen bij.
Sindsdien gaat ze ieder jaar één of meer keer naar Griekenland. Onderdak heeft ze daar altijd wel…

Wil ze er niet permanent gaan wonen? Die vraag heeft ze zich wel gesteld, maar ze is ook gehecht aan haar huis en aan Spangen.
En Sparta natuurlijk…
‘Toen we nog Griekse spelers hadden, zat ik daar toch op z’n Grieks te roepen. Moest je ze zien kijken joh.’

vork-2