VRIJWILLIGER WIJKWIJZER

Aad van den Enden

De dag dat het gesprek met Aad van den Enden plaatsvindt, is toevallig ook zijn laatste werkdag. Met 65 jaar en drie maanden kan hij met pensioen. Niet dat hij dat van plan is, want hij gaat gewoon door met het werk dat hij nu al dertig jaar doet als administratief medewerker van de Stichting Wijkwijzer: ‘Alleen nu als vrijwilliger.’

‘Tot ze me niet meer nodig hebben’, laat hij daar enigszins laconiek op volgen. ‘Thuiszitten is ook maar niks en op deze manier hou ik een vast ritme in mijn leven.’ Daar komt nog bij dat hij bij Stichting Wijkwijzer dicht op het vuur zit en zodoende als één van de eersten op de hoogte is
van wat de gemeente bekokstooft.
Dat is altijd handig.

Aad formuleert zorgvuldig. Jaartallen van verhuizingen en zelfs postcodes van zijn vorige adressen herinnert hij zich nog feilloos, hoewel hij zelf vindt dat zijn geheugen wel wat minder is dan vroeger. Maar uit alles blijkt dat de administratie bij hem in goede handen is.
Gevraagd naar wat de Stichting Wijkwijzer doet, antwoordt hij dat ze mensen helpen met het invullen van formulieren van de gemeente, adviezen en informatie geven over hun rechten en mogelijkheden. Bij moeilijke zaken volgt doorverwijzing naar de Sociaal Raadslieden.
Het kantoor van de Wijkwijzer is gevestigd in hetzelfde gebouw als Annie’s eetclub.

Toen Aad zag wat de eetclub deed, besloot hij ook maar aan te schuiven. Hij is niet getrouwd en ‘op deze manier eet ik in ieder geval twee dagen warm.’ Die warme maaltijd schoot er namelijk nog wel eens bij in. Dan haalde hij wat snacks bij de patatzaak, maar ‘dat is toch wel behoorlijk
duur.’ Bovendien realiseerde hij zich dat het ook niet zo gezond is. Zodoende maakt hij tegenwoordig ook thuis een warme maaltijd als de eetclub dicht is.

Aad werd geboren in de Wattierstraat in Delfshaven. Op zijn dertigste kwam hij in Spangen. Eerst in de Justus van Effenstraat op de galerij: ‘vroeger kwam daar de bakkerskar nog op de galerij langs.’ Een douche of bad had de woning niet, ‘daarvoor ging je naar het badhuis.’
Na de renovatie is hij niet teruggegaan: ‘De huren waren enorm gestegen. Dat kon ik echt niet meer opbrengen.’

Aad kampt met een lichamelijk ongemak, dat ervoor zorgt dat hij, als de stress groot is, last krijgt van spasmen. Het leverde hem ooit ontslag op bij het bedrijf waar hij als kantoorbediende werkte. Hij maakte een slaande beweging naar de chef. Dat gebeurde in een stressvolle periode.
Achteraf realiseerde hij zich ‘dat ik me beter ziek had kunnen melden die dag.’ Maar hij verdenkt het bedrijf er ook van dat ze ‘toch al op zoek waren naar een excuus om me te ontslaan.’

Uit wraak heeft hij toen ingebroken om de administratiepapieren te verscheuren.
Achteraf niet zo slim, dat ziet hij zelf ook wel in. Bij het onderzoek vroeg de politie of er de afgelopen tijd mensen ontslagen waren. Zo stonden ze al snel bij hem op de stoep. Het liep in zoverre met een sisser af, dat hij er met twee jaar voorwaardelijk vanaf kwam.

Spangen heeft hij in de loop van de tijd flink zien veranderen. ‘Ten goede’, zo merkt hij op. Hij doelt dan op de overlast van de drugsgebruikers en –dealers. Niet dat hij dat als bedreigend heeft ervaren, maar het was ‘wel spannend en lastig.’ Uit die tijd kent hij Annie ook, zij het voornamelijk van de televisie: ‘je volgde op televisie wat twee straten verder in het echt gebeurde.’

Over de eetclub is hij vol lof, evenals over Annie. ‘Ik ben heel blij de eetclub te kennen en hoop dat Annie het nog heel lang mag blijven doen.’ Daarin klinkt ook een beetje de angst door voor wat er gaat gebeuren als Annie (ooit) stopt.

lepel2