BEZIGE BIJ IN SPANGEN

Yvonne van Es

Dik zeven jaar is Yvonne van Es al betrokken bij de eetclub. ‘Betrokken zijn’ zit in de genen van deze actieve bewoonster. Zo bemoeide ze zich eerder met het verbeteren van de straatverlichting, het mozaïek in de Van Lennepstraat in 2009 en de plaatsing van bloembakken.
En nu dus de eetclub.

Het begon er mee dat ze één keer per week kwam eten, maar al snel rolde ze in het vrijwilligerswerk, want als er iets is wat ze niet goed kan, dan is het stilzitten en toekijken. Tel daar bij op dat ze voor iedereen een luisterend oor heeft en de conclusie is snel getrokken dat Yvonne van Es in alle opzichten op haar plaats is bij Annie’s eetclub.

Niet dat ze Annie kende in de tijd dat Franse en Belgische drugstoeristen Spangen overspoelden; Yvonne van Es wist niets van de acties. In de Van Lennepstraat had ze natuurlijk ook last van de dealers en hoertjes: ‘Ik was best wel bang hoor; ik paste op de kleinkinderen en dan zaten die lui aan de overkant te dealen.’

Yvonne werd geboren in de Spaansebocht en heeft haar hele leven in Spangen gewoond. Haar vader werkte in de haven. Zijn hele leven lang heeft hij hard gewerkt om het gezin van zeven kinderen te onderhouden. Moeder was thuis en was de gastvrouw; iedereen was welkom. Een gezellige tijd. Toen ze 19 was trouwde Yvonne.

Woningen lagen niet voor het oprapen, dus bleef ze nog een poosje thuis wonen – daar werd ook haar zoon geboren. Haar man woonde ook nog bij zijn ouders, zodat ze als het ware een ‘weekendhuwelijk’ hadden.
Later verhuisden ze naar de Van Lennepstraat en werd het gezin uiteindelijk een écht gezin.
Er zouden nog drie kinderen volgen.

Inmiddels werkte ze bij de waterstoker Kriekaert in de Taanderstraat en later in een slagerij. Haar man was machinaal houtbewerker en is nu met pensioen. Yvonne van Es is een kind van de wederopbouw, maar dat zegt haar niet veel. Verhalen over de oorlog heeft ze wel meegekregen, hoewel haar familie tamelijk ongeschonden uit die jaren is gekomen.

Wel ziet ze dat Spangen veranderd is: ‘In de Van Lennepstraat had je niets dan winkels; een melkwinkel, een waterstoker, groenteboer, schoenmaker, kapper en noem maar op. En nu is alles weg!’ Ook was het vroeger gezelliger: ‘De mentaliteit was heel anders. Men was beleefd. Kom daartegenwoordig nog maar eens om.’

Yvonne heeft zes kleinkinderen: ‘Ik heb op allemaal gepast. Oma zijn is zó leuk.’ Maar ja, ze zijn ondertussen allemaal groter, dus oppassen is er niet meer bij, maar het kriebelt nog wel: ‘Ik mis die kleine handjes zo!’
Gelukkig kan ze haar energie kwijt bij de eetclub. Ze noemt zich niet voor niets een ‘bezige bij’. ‘Ik vind het heerlijk om met mensen om te gaan en iedereen mag me graag, dus het schijnt dat ik het goed doe hier.’

lepel2