WAT JE MEEMAAKT ACHTER JE LATEN

Joop Saarloos

Joop Saarloos is een van de oudste eters van de eetclub. Niet dat hij de deur platloopt, want hij is een onregelmatige gast. Hij is namelijk wat moeilijk ter been, dus is het niet altijd haalbaar om naar de eetclub te komen.

In zijn meer dan 90-jarig bestaan heeft Saarloos het nodige gezien en meegemaakt. Een recept om zo oud te worden heeft hij overigens niet, blijkbaar zit het in de genen, want zijn opa werd uiteindelijk 99 jaar, ‘en mijn opoe ook.’ Saarloos stamt uit een taai geslacht, zoveel mag duidelijk
zijn.
Zelf zegt hij: ‘Ik heb geleefd als God in Frankrijk, heb overal gezeten en me nergens wat van aangetrokken. Maar wat je hebt meegemaakt moet je ook achter je laten; het is gebeurd en klaar, daar moet je niet meer over piekeren.’

Hij is geboren op de Boompjes. Recht tegenover waar vroeger De Batavier Lijn was gevestigd, de stoomvaartlijn die tussen 1830 en 1958 tussen de Boompjes en Londen voer. In de oorlog heeft hij in een concentratiekamp gezeten: het ‘Arbeitserziehungslager’ Essen-Mülheim.
Dat kwam zo: aan het begin van de oorlog liep hij over de Heemraadssingel, waar destijds verschillende Duitse organisaties kantoor hielden. Twee Duitsers kwamen uit een kantoor naar buiten lopen en één van hen struikelde. Deze dacht dat Saarloos hem beentje had gelicht: ‘Die ene mof dacht dat ik dat had gedaan en begon te slaan en toen ben ik terug gaan slaan.’ Dat werd hem niet in dank afgenomen, met deportatie als gevolg.

Saarloos is nog een keer gevlucht, maar werd vervolgens opgepakt in Rotterdam. Verraden door een NSB’er: ‘Dat waren ploerten hoor!’ Zelfs nu nog klinkt de verontwaardiging door in zijn stem: ‘Die heb je trouwens nog en als je niet oppast, gebeurt het weer!’

Na de oorlog werkte Saarloos in de haven, bij de Rotterdamse Lloyd en de Holland Amerika Lijn. Op zeker moment kwam hij in contact met Dr. Koster van het Havenziekenhuis. Deze bood hem een baan aan als lijkverzorger in het ziekenhuis. ‘Ik heb een mooi beroep voor jou’, zei de dokter en zo kwam Saarloos in het Havenziekenhuis te werken.
Na een opleiding in de praktijk bleef hij ruim 25 jaar dit werk doen. In die tijd verdiende hij goed: ‘En ik zorgde goed voor de overledenen hoor, zodat ze er mooi bij lagen. Dat is altijd een troost voor de nabestaanden.’

Maar ja, er zijn ook kinderen die overlijden en daar kon Saarloos op den duur niet meer tegen. ‘Toen heb ik tegen dokter Koster gezegd: “Ik kap ermee.” En dat heb ik gedaan.’

Ondertussen woont Saarloos al meer dan 30 jaar in het Witte Dorp. Hij is nog actief geweest in de actiegroep die ervoor zorgde dat de oorspronkelijke bewoners na de renovatie terug konden naar hun woningen: ‘De gemeente wilde ons afschepen, beweerde dat niet alle dorpelingen terug wilden. Maar ze hebben het nooit gevraagd. We waren met zo’n 25 man en zijn meerdere keren naar het stadhuis geweest met spandoeken en alles.’

vork-2