KARREN ALS IK 65 WORD

Wil Pents

wil pents 01Van de 62 jaar dat Wil Pents leeft, woont ze ongeveer 55 jaar in Rotterdam. In de Spiegelstraat om precies te zijn. En wat haar betreft blijft ze daar. Sinds die junkies uit de wijk zijn, is het een stuk beter geworden, hoewel ze ook vindt dat alle verhalen overdreven zijn. Zelf heeft ze die periode nooit als zo bedreigend ervaren.

Niet dat ze verder zo’n sterke band heeft met Spangen, maar de bereikbaarheid is gemakkelijk en dat is handig, omdat ze halve dagen werkt in verzorgingshuis de Leeuwenhoek aan de West-Kruiskade. ‘Daar werk ik
met vaste mensen. Gaan we wandelen. Sommigen zeggen niets, dat vindt niet iedereen fijn, maar ik heb er geen probleem mee. Dan kan ik zelf lekker kletsen.’

Als ze thuis is, kijkt ze graag televisie. Of ze puzzelt. Maar als het te lang duurt ‘komen de muren op me af.’ Wat dat betreft is de eetclub een uitkomst. Ze kwam er door Fientje: ‘Joh Wil, we hebben een eetclub’. Dat heeft ze maar eens geprobeerd en ‘nou vind ik het hartstikke leuk. Als het nodig is wil ik helpen; ik woon aan de overkant. Het is een soort halve familie geworden.’

Zelf heeft ze geen contact met haar familie. Ze is geboren in Breda en heeft vanaf haar vijfde tot haar twintigste in tehuizen gewoond. Toen kwam ze een man tegen. Ze dacht dat ze zijn grote en enige liefde was.
Maar dat was niet zo.
Daarbij was het een alcoholist. Dus ja, ga maar na…

Zelf ziet ze het min of meer als een gevolg van haar verblijf in tehuizen en het niet opgroeien in een gewoon gezin. Ze woonde met haar toenmalige man in Rijswijk, heeft destijds pardoes alles opgegeven en is met de noorderzon vertrokken.

Later heeft ze nog vijf jaar samengewoond, dat was wel leuk, maar haar vriend is overleden. Sindsdien is ze alleen.
Ja, ze heeft wel wat contact in haar omgeving, maar met mate: ‘Ik ben geen type die bij iedereen op visite komt. Het is leuk om even uit de sleur te zijn en dan is het ook leuk om thuis te komen, maar ik wil geen verplichtingen.’

Ze is nu 62. Over een paar jaar kan ze gratis reizen. Ze weet nu al wat ze dan gaat doen: ‘Dan ga ik karren! Nu doe je dat niet zo gauw, want dat kost nogal wat. Maar dan ga ik hoor!’

vork-2