HEIMWEE IN ALEXANDERPOLDER

Bep Bosch

annie 06Je zult het niet zeggen als je Bep Bosch (links op de foto hiernaast) ziet zitten, maar ze zegt het zelf: ‘Schrijf maar op: ik ben een kind met heimwee, weemoed en verdriet.’
Niet dat ze er erg verdrietig bijzit. Integendeel; Bep Bosch ziet er met haar 71 jaar prima verzorgd uit. Maar ze mist de Mathenesserweg waar ze 38 jaar heeft gewoond; ze heeft een lijst van alle winkels aan de Mathenesserweg die er niet meer zijn.
Nostalgie misschien, maar toch.

Ze woont nu in Oosterflank: ‘Daar zit ik nu 13 jaar; het is mijn huis, maar het wordt nooit mijn thuis. Ik had niet gedacht dat het zo tegen zou vallen.’

Maar ja, zie maar eens terug te komen, ‘je komt er bijna niet meer tussen, ook vanwege die absurde huurverhogingen; met alleen AOW is dat echt niet op te brengen.’
Nee, dan maar heen en weer pendelen tussen Oosterflank en Annie’s eetclub waar ze al acht jaar kind aan huis is. ‘Dit is een club geworden waar je niet meer weg wilt. Je deelt lief en leed. Ideaal voor mensen die alleen staan.’

Ze noemt zichzelf een sociaal mens en doet veel mantelzorg. Het laatst verzorgde ze een oude dame van 93. ‘Door haar ben ik hier ook gekomen. We waren destijds lotgenoten; allebei net weduwe geworden.’ Die oude dame was nog steeds levenslustig, maar opeens was het afgelopen. In één week gaf ze het op, alsof het niet meer hoefde. Zo gaat dat blijkbaar: ‘Als je afhankelijk gaat worden, dan word je ook steeds meer machteloos. Ga maar na: Zou je het zelf leuk vinden om van alles te moeten vragen?’

Bep Bosch komt uit Schiedam. Ze groeide op in een volksbuurt aan de Parallelweg. Daar was het leuk. ‘Toen kon je nog buitenspelen. Deden we al die leuke spelletjes. Daar heb ik het vaak nog over met mijn broers.’

Op haar zeventiende werd ze verliefd op een jongen van de Mathenesserweg en hoe gaat dat? Verloofd. Getrouwd. Eerst woonde ze vier jaar in bij haar schoonmoeder (‘een heks die een hekel had aan al haar schoondochters’). Daarna met haar man ook op de Mathenesserweg. Daar werden ook twee dochters geboren.

Toen haar man ziek werd en geen trappen meer kon lopen ging ze naar Oosterflank. Niet lang daarna overleed hij. Haar dochters en (vier) kleinkinderen wonen gelukkig in de buurt. Ze eet bij hen één keer per week.

En dan twee keer bij Annie. Ook zit ze nog bij het zangkoor, dus ze is bijna geen dag thuis. Ze moet onder de mensen zijn. En in ‘haar’ wijk: ‘Als ik uit de metro bovenkom bij het Marconiplein,
voel ik mij als een vis in het water.’
Om daar geruststellend aan toe te voegen: ‘Ach, dankzij deze club hou ik het wel vol.’
Maar de heimwee blijft, onmiskenbaar…

vork-2