GEVORMD DOOR HANDICAP

Laura Noesteboer

annie 06

Goedlachse Laura (rechts op de foto hiernaast) groeide op in de oorlog, maar daaraan heeft ze weinig herinneringen. Het drama in haar leven vindt plaats net ná de oorlog, vijftien dagen voor haar vijfde verjaardag. Een Canadese jeep sleurt haar mee van de Strevelsweg naar de Dordtselaan.

Ze overleeft op het nippertje; want behalve een verbrijzelde arm die later geamputeerd moest
worden, had ze ook een schedelbasisfactuur.
Toen ze twaalf was, kreeg ze haar eerste kunstarm: ‘Toen wilde ik die niet om, want dat vond ik eigenlijk gek!’

Na de oorlog ging ze naar school. Geen fijne tijd. Vanwege haar handicap werd ze gepest. Kreeg ze dingen te horen als: ‘Met jou ga ik niet spelen,
jij hebt maar één hand’.
Daar kwam bij dat het thuis niet geweldig was.
Ze werd behandeld als een zwart schaap en was de Assepoester van de familie. Dat had overigens wel een voordeel: ‘Zo leerde ik buitengewoon goed om te gaan met mijn handicap.’
Haar vader was binnenvaartschipper; het gezin heeft nog een poosje gevaren.
Laura vond dat maar niks: ‘Zie maar eens met één arm langs een stormladder naar beneden te komen.’ Ze kwam ze bij een tante terecht en ging naar de huishoudschool in de Drievriendenstraat. Dat combineerde ze met werk bij de Adriaanstichting voor kinderrevalidatie (tegenwoordig onderdeel van Rijndam Revalidatie) als hulp bij de verpleegsters.

Op haar negentiende trouwde ze. Met haar man ging ze bij haar moeder – die inmiddels ook weer aan wal was – in de Havenstraat in Delfshavenwonen. Het viel niet mee een huis te vinden in de jaren vijftig.

In de jaren daarna volgden veel verhuizingen en ging het met haar huwelijk niet goed. Haar man ging op stap met andere vrouwen. Kordaat: ‘Ik heb hem er toen uitgezet.’
Maar daardoor stond Laura er ineens weer alleen voor. Een alleenstaande vrouw met twee kinderen was in die tijd (begin jaren zestig) niet alledaags. Daarbij moest ze ook nog eens alles met één hand doen.

Ze is al die jaren huisvrouw gebleven: ‘Ik kan niet werken; ja, ik kan het wel, maar op mijn eigen manier, niet in een fabriek of op kantoor natuurlijk.’ Ook ontmoette ze een nieuwe man, maar die ging na een tijdje ook weer weg. Later kwam er nog een derde man. Een ‘fijne man’, zoals ze zelf zegt. Maar helaas overleed hij veertien jaar geleden.

In totaal heeft Laura zes kinderen gekregen (vijf dochters en een zoon). Als stadskind heeft Laura goede herinneringen aan de jaren dat zij en haar laatste man een caravan hadden bij Barneveld. Toen hij overleed heeft ze alles verkocht.

Over de eetclub waarvan ze zes jaar lid is: ‘Die is heel belangrijk voor
mensen die alleen staan.’ Ze woont nu in Oud-Mathenesse. Na een overval heeft ze even in
Ommoord gewoond, maar daar kon ze niet wennen. Na een tijdje zei haar dochter: ‘Ga toch terug naar waar je vandaan komt.’

Laura zit ook in het smartlappenkoor. Haar 75e verjaardag heeft ze gevierd
bij de eetclub. Met een echte zanger erbij!

vork-2