ODE AAN ROTTERDAM-WEST

Tiny Langeveld

tiny-03

Sommige mensen hebben geen praatstoel nodig; die steken vanzelf van wal. Tiny Langeveld is zo iemand. Het ene verhaal buitelt over het andere heen, roept het andere weer op en zo neemt ze je mee in een achtbaan aan belevenissen.

Met haar 73 jaar gaat ze nog graag de dansvloer op, verzint ze als geen ander surprises, organiseert ze graag een feestje, mag ze graag een geintje uithalen en houdt ze, samen met haar nicht, van verkleedpartijen. Zoals in september, als ze net als met de Troonrede in Den Haag, allemaal met een bijzonder hoedje en (als het even kan) in een bijzondere jurk of een bijzonder pak op Annie’s eetclub verschijnen.Ze is er nu al volop mee bezig. Hoedjes heeft ze al voor zichzelf en haar nicht.

Over die eetclub is ze (het zal niemand verbazen) dolenthousiast. Al vanaf het begin is ze lid: ‘Ik vind dit gewoon geweldig. Het is het eten, maar vooral ook de gezelligheid met elkaar. Je krijgt een grote kring mensen om je heen.’
Onnodig te zeggen dat ze ook deel uitmaakt van de zanggroep.

Ze heeft van alles gedaan; is zelfs nog filmster geweest en heeft drie maanden als kunstobject in Boijmans gestaan. Een buurvrouw van de volkstuin had een stukje gelezen over Peter Greenaway die mensen zocht voor een tentoonstelling. Zo gezegd, zo gedaan. Zat ze samen met haar nicht naakt in het museum. De vriend van haar nicht ging ook mee.
Zo kwam ze ook te spelen in films van Peter Greenaway.
Verder runde ze samen met haar nicht kraampjes met tweedehands spullen onder het motto ‘Voor elk wat, bij een paar apart.’

Ook ging ze nog verkleed als kip of panda de stad door om foto’s te verkopen van zichzelf en iedereen die met haar op de foto wilde. Zwarte Piet is ze ook nog geweest. Ach, het is eigenlijk teveel om allemaal op te noemen…

Ze heeft het niet van een vreemde; haar vader was lorreboer en rond kerst moest ze langs de deur met een doos zelfgemaakte kerststukjes. ‘Als je dan alles had verkocht en thuis kwam, zei mijn vader: “Mooi, hier heb je een nieuwe doos” en dan ging je weer.’
Zo leer je vanzelf alles aanpakken.

Zes jaar geleden kreeg Tiny Langeveld een hersenbloeding. ‘Nou is het klaar’, dacht iedereen. Maar ze krabbelde op en herstelde. Al was het hard knokken. In het ziekenhuis begon ze weer te lopen. Eerst heel moeizaam, maar ‘ik bleef gaan.’ Zelfs haar kinderen zeiden op zeker moment: ‘Ma, verdorie, ga naar bed.’

Maar ja, ze wilde zo snel mogelijk naar huis, maar dan moest ze eerst revalideren. ‘Dat wilde ik dus niet! Ik ben de baas over mezelf.’ Uiteindelijk mocht ze naar huis. Ze kreeg hulp, maar ze deed alles gewoon zelf. ‘Zo ben ik eigenlijk heel snel weer sterk geworden.’

Tiny Langeveld woont in Oud-Mathenesse. Heel even heeft ze geprobeerd of ze in Zeeland kon aarden, maar dat was geen succes. Een neef had gezegd: ‘Ga toch weg uit dat Rotterdam. Daar worden mensen op straat doodgeschoten.’
Hij wist een mooi huisje in Scherpenisse. Negen maanden hield ze het daar uit. ‘Ik had het helemaal gehad daar! Maar het valt niet mee om terug te komen. Uiteindelijk vond ik een huisje in de Middellandstraat. Ik kon de straatstenen wel kussen! Er mag dan een hoop narigheid zijn,
maar hier leef je tenminste.’

vork-2